Inkeerregeling, boete en vrijwillige verbetering.

 

Als u beschikt over zwart geld bijvoorbeeld op een buitenlandse bankrekening dan loopt u een gerede kans op het krijgen van hoge bestuurlijke boetes of strafvervolging. Het risico dat de Belastingdienst hier weet van krijgt is groot nu de belastingdienst over steeds meer informatiebronnen gaat beschikken. Op https://belastingdienst-in-beeld.nl/themas/zwartsparen/factsheet-zwartsparen/

vindt u nadere informatie van de belastingdienst over de aanpak van zogenaamde zwartspaarders. Het beleid is - nu er steeds meer gegevens bij de belastingdienst binnenkomen - dermate aangescherpt dat de bestaande inkeerregeling is vervallen voor mensen met buitenlands inkomen en vermogen. Die bestaande regeling hield in dat u de meest recente 2 jaren boetevrij mocht inkeren. Per 1 januari 2018 bestaat deze tegemoetkoming van de belastingdienst niet meer voor personen met buitenlands vermogen dat is verzwegen voor de belastingdienst. Wel geldt er nog een overgangsmaatregel. Deze overgangsmaatregel houdt in dat met betrekking tot aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan (en met betrekking tot inlichtingen, gegevens of aanwijzingen die vóór 1 januari 2018 zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt) de oude inkeerregeling nog  steeds van kracht is.

 

De afschaffing van de inkeerregeling geldt dus alleen voor box 3-vermogen in het buitenland. Het geldt niet voor inkomensbestanddelen die thuis horen in box 1 of 2. De afschaffing van de inkeerregeling geldt ook niet voor binnenlandse box 3-bestanddelen.

 

Overige situaties van inkeer en vrijwillige verbetering

 

Naast banktegoeden in het buitenland of in Nederland kan het bij inkeer ook gaan om andere belastbare inkomensbestanddelen bijvoorbeeld door “zwart” werken/neveninkomsten waarover geen loonheffing is ingehouden, verzwegen omzet waarvoor u geen aangifte omzetbelasting heeft gedaan, verzwegen winst uit onderneming, genoten tantièmes, ontvangen huur die u niet heeft aangegeven, ontvangen lijfrente-uitkeringen die u niet in uw aangifte heeft vermeld.  

Daarnaast kan het nog gaan om ten onrechte geclaimde vrijstellingen (o.a. bij overdrachtsbelasting) of ten onrechte opgevoerde (bedrijfs-)kosten, ziektekosten, genoten toeslagen (zorgtoeslag- huurtoeslag) die u willens en wetens heeft opgevoerd of afgetrokken of waarvan u niet zeker weet dat u er recht op had. 

Door de strak georganiseerde informatievoorziening aan de belastingdienst door banken, controles bij derden door de belastingdienst, overheidsinstanties en semioverheidsinstanties, verzekeringsmaatschappijen, internationale afspraken over gegevensuitwisseling etc. bestaat er een gerede kans dat de belastingdienst een foutieve aangifte alsnog ontdekt en navorderingen met boetes gaat opleggen.

De inkeerregeling geldt alleen dan als de belastingdienst u nog niet op het spoor is. Heeft de belastingdienst u al een brief gestuurd dan kunt u nog wel proberen een aangekondigde boete te laten matigen.

  

Elk geval staat op zich. Persoonlijke gedragingen, overwegingen, omstandigheden en de specifieke feiten van het geval maken elke zaak uniek. Daarom is het verstandig als u de bovengenoemde problemen heeft met de belastingdienst, deskundige hulp in te roepen om u persoonlijk bij te staan. Ik kan u daarbij helpen door het maken van een betwisting van de boete, een bezwaarschrift of beroepsschrift. Hierdoor kan bijvoorbeeld een aangekondigde boete in box 1 van 50% wegens voorwaardelijke opzet worden gereduceerd naar 25% als ik in samenwerking met u het door de inspecteur te leveren bewijs voor voorwaardelijke opzet kan ontzenuwen. De inspecteur moet dan een boete opleggen van 25 % wegens grove schuld of in bepaalde gevallen helemaal afzien van een boete. Voor box 3 correcties met vergrijpboetes van 300% kan in een vergelijkbaar geval de boete worden gehalveerd naar 150%. De kosten van bezwaar/beroep heeft u dan snel terugverdiend en vaak bestaat er als het bezwaar of beroep wordt gehonoreerd ook nog recht op een onkostenvergoeding.