Vergrijpboetes

Een vergrijpboete is een ernstige straf.

Daarom heeft de wetgever geregeld dat de bewijslast van iemands verwijtbare en beboetbare gedragingen bij de belastingdienst ligt.

De belastingdienst moet bewijzen dat u iets heeft gedaan of nagelaten met een bepaalde bedoeling:

het niet betalen van belasting of het betalen van te weinig belasting.

De belastingdienst is verplicht u - voorafgaand aan het opleggen van en vergrijpboete-  een kennisgeving te sturen van zijn voornemen en aan u mee te delen op welke gronden de boete is gestoeld.

U krijgt vervolgens de gelegenheid om te reageren op de kennisgeving van de belastingdienst.

Het is zeker zinvol meteen in actie te komen, omdat uit de praktijk blijkt dat er nogal eens boetematiging uit voortvloeit.

De belastingdienst moet u de gelegenheid bieden te worden gehoord.

Als u uw bedenkingen tegen de aangekondigde boete goed op papier heeft gezet is een hoorzitting meestal niet nodig.

 

Als u heeft gereageerd op de kennisgeving van de belastingdienst krijgt u als reactie daarop een

zogenaamde "mededeling". De belastingdienst zal ook een mededeling aan u sturen als u niet heeft gereageerd.

In de mededeling vermeldt de belastingdienst zijn uiteindelijke beslissing over de boete en motiveert zijn besluit met inachtneming

van wat u naar voren heeft gebracht.

Ook zal de belastingdienst u meedelen welke boete wordt opgelegd en hoe hoog de boete wordt.

Meestal vermeldt de belastingdienst alleen een percentage.

 

Dat percentage moet worden toegepast op de over de aangiftecorrectie verschuldigde belasting.

 

Als u een vergrijpboete krijgt voor ernstige nalatigheden (grove schuld) dan is het boetepercentage meestal 25%.

Betreft het opzet of voorwaardelijke opzet dan wordt meestal een vergrijpboete opgelegd van 50%.

 

Hebt u opzettelijk of met grove schuld inkomen uit sparen en beleggen niet of onjuist aangegeven (box 3 inkomen), dan is de boete 150% van de belasting die u opzettelijk hebt verzwegen. Bij grove schuld is dat 75%. Bij inkomen uit sparen of beleggen (box 3-inkomen) kan maximaal zelfs een boete van 300% worden opgelegd als er strafverzwarende feiten en omstandigheden zijn.

Na enige tijd zult u de belastingaanslag met daarop de belastingboete in percentage en bedrag ontvangen.

Maar dan is het nog niet einde verhaal.

U kunt na ontvangst van de aanslag met boete een bezwaarschrift indienen.

Wordt het bezwaarschrift afgewezen dan kunt u in beroep bij de Rechtbank.

Wijst de Rechtbank uw beroepschrift af dan kunt u in hoger beroep bij het Gerechtshof.

Heeft het Gerechtshof een zogenaamde “onbegrijpelijk beslissing genomen in de zin van het boeterecht”,

dan kunt u  in cassatie bij de Hoge Raad.

 

Schuldkwalificatie.

 

De belastingdienst moet overtuigend en toereikend motiveren waarom aan u een vergrijpboete wordt opgelegd.

In bepaalde gevallen kan de belastingdienst kiezen tussen het opleggen van een verzuimboete of het opleggen van een vergrijpboete.

Die keuze bestaat zolang de belastingaanslag nog niet is opgelegd.

Dus in de fase van de eerste kennisgeving.

Heeft de belastingdienst u eenmaal een belastingaanslag gestuurd met een vergrijpboete,

dan kan  daarop later niet meer worden teruggekomen.

Dat betekent dat de belastingdienst op een later moment niet meer een verzuimboete op mag leggen.

Dit kan gebeuren als in bezwaar- of beroep blijkt dat het bewijs van de belastingdienst achteraf te mager blijkt om de vergrijpboete te handhaven. Bijvoorbeeld omdat u zodanige tegenargumenten heeft aangevoerd in uw bezwaarschrift dat u de boetemotivering van de belastingdienst heeft kunnen weerleggen. De vergrijpboete moet dan vervallen. 

 

De belastingdienst zal aan u een vergrijpboete wegens grove schuld opleggen als u ernstig nalatig bent geweest

en daardoor te weinig belasting is geheven of zou worden geheven als uw aangifte zou zijn gevolgd.

De belastingdienst zal aan u een vergrijpboete opleggen wegens opzet of voorwaardelijke opzet als u willens en wetens (bewust) iets hebt gedaan of nagelaten met de bedoeling geen of te weinig belasting te betalen.

Of als u bewust een zogenaamde “niet te verwaarlozen kans dat te weinig belasting zal worden betaald ” in het leven hebt geroepen door uw handelen of nalaten.

 

Betwisting aangekondigde boete of bezwaarschrift opgelegde boete zinvol?

 

Bij vergrijpboeten is het aan te raden te laten beoordelen of betwisting of bezwaar zinvol is.

In de praktijk komt het voor dat gedragingen van belastingplichtigen nog al eens wel erg slordig zijn geweest,

maar toch niet zo slordig dat sprake is van grove schuld. En dat de belastingdienst dan toch een vergrijpboete oplegt vanwege vermeende grove schuld. Voor de inkomstenbelasting kan de conclusie dat geen sprake is van grove schuld, maar slechts van verwijtbare nalatigheden, leiden tot verval van de vergrijpboete.

  

Bij de schuldkwalificatie opzet en voorwaardelijke opzet blijkt nogal eens dat de bewustheid van het handelen niet bewezen kan worden door de belastingdienst. De antwoorden op onder anderen de volgende vragen spelen daarbij een belangrijke rol:

- Wat ging er om in iemands hoofd toen de verwijtbare gedraging plaatsvond?

- Wist de belastingplichtige wat de fiscale gevolgen zouden zijn en heeft hij die ook beoogd?

- Was het redelijkerwijs te verwachten dat daadwerkelijk te weinig belasting zou worden geheven?

Over dit soort vragen is veel rechtspraak.

Blijkt dat opzet of voorwaardelijke opzet niet kan worden bewezen dan kan de belastingdienst vaak nog wel een boete opleggen

wegens grove schuld. Maar die is meestal hooguit 25% in plaats van 50%.